Bericht

Bouwproductie corporaties: feiten, geen verzinsels!

15-06-2015

De bouwproductie van corporaties gaat de komende jaren gestaag voort. In ieder geval investeren de 25 grootstedelijke corporaties verenigd in De Vernieuwde Stad de komende periode jaarlijks zo’n € 2 miljard aan nieuwbouw en woningverbetering. In weerwil van geluiden momenteel uit de politiek dat de corporaties op hun handen zitten. De nieuwbouw bestaat voor het grootste deel uit socialehuurwoningen.

De financiële mogelijkheden van corporaties staan de laatste jaren onder druk. Dat komt enerzijds door de economische crisis en anderzijds door de verhuurdersheffing, een belasting op socialehuurwoningen die in 2017 zelfs € 1,7 miljard zal bedragen. Corporaties proberen hun mogelijkheden te verruimen door te bezuinigen op bedrijfslasten – er is fors gereorganiseerd en een scherper financieel beid gevoerd – en, noodzakelijkerwijs, door gebruik te maken van de door het kabinet geboden ruimte in het huurbeleid. Daarnaast wordt prudenter gekeken naar het volume aan investeringen in het vastgoed.

€ 2 miljard per jaar

Dat betekent echter niet dat de bouwproductie tot stilstand is gekomen. Het tegendeel blijkt uit de cijfers van de gerealiseerde productie en de prognoses die corporaties jaarlijks geven aan de financieel toezichthouder. In 2013 bouwden de corporaties van De Vernieuwde Stad ruim 9.000 woningen en verbeterden zij 6.000 woningen. Dat is weliswaar minder dan de productie in bijvoorbeeld 2010 en 2011 (gemiddeld 10.250 nieuwbouwwoningen en 8.500 renovaties) en minder dan in de bouwprognoses uit de tijd vóór de crisis en de heffing, maar nog steeds een behoorlijke productie. 

In de jaren 2015-7 zal de productie van De Vernieuwde Stad tussen de 8.500 en 9.500 nieuwbouwwoningen betreffen en tussen de 12.500 en 14.500 woningverbeteringen, goed voor meer dan € 2 miljard aan investeringen. Binnen de nieuwbouw vormen de socialehuurwoningen de hoofdmoot, met een gemiddelde van 5.750 stuks. 

Corporaties bouwen ook vrijesectorhuurwoningen en koopwoningen. Dat doen ze, omdat succesvolle stedelijke vernieuwing vraagt om een mix tussen sociale huur, middeldure huur en koop. Corporaties vinden het belangrijk voor de wijken en hun bewoners dát alle categorieën worden gebouwd, niet zozeer wíe dat doet. De praktijk wijst echter uit dat ontwikkelaars en beleggers zeker niet staan te springen om te investeren in de ‘moeilijkere wijken’. Waar ze dat wel willen, doen corporaties een stapje terug.

80% socialehuurwoningen

Dat zien we ook terug in de productiecijfers van De Vernieuwde Stad. De vrijesectorhuur daalt, na een productie van 1.400 in 2013, naar een niveau van gemiddeld 850 in de jaren 2015-7. De nieuwbouwkoop zal de komende jaren op een niveau van 2.200 per jaar liggen. Het betreft hier in principe woningen die gepland zijn in de ‘moeilijkere’ wijken, die al jaren in de pipeline zitten – een vastgoedontwikkeling duurt meestal zo’n 8 jaar tot realisatie – en die bovendien, in het kader van de herstructurering, op grond komen te staan die in het bezit is van corporaties. 

Van belang daarbij is dat deze productie geen risico vormt voor de corporaties. Immers, de woningen worden pas gebouwd als twee derde verkocht is. Daarnaast wordt een substantieel deel van de 2.200 koopwoningen niet door corporaties zelf gebouwd, maar voor eigen rekening en risico door bouwers / ontwikkelaars op grond die eigendom van corporaties is. Optisch lijkt het daarom dat de socialehuurwoningen 2/3 van de productie uitmaken, in de praktijk ligt dat percentage minstens op 80%.

 

Geen ketelmuziek

Dit alles overziend moeten wij concluderen dat de ketelmuziek die de politiek op dit moment maakt over de bouwproductie van de (grootstedelijke) corporaties vals klinkt, pijn aan de oren doet en feitelijk onjuist is. Wij prefereren een goed samenspel gebaseerd op feiten. Een samenspel tussen corporaties, lokale overheden en huurders over de invulling van het wonen in steden en de prestaties die geleverd worden en zouden moeten worden. En een samenwerking bij de realisatie met bouwers, ontwikkelaars en beleggers. Daar ligt de focus.



Terug naar het overzicht

Terug naar overzicht