Bericht

Corporaties en gemeenten willen agenda's weer op elkaar afstemmen

29-06-2015

Op het jaarcongres van De Vernieuwde Stad werd duidelijk dat gemeenten en woningcorporaties weer nadrukkelijk de verbinding moeten zoeken met elkaar. Dat zijn ze aan zichzelf, de stad en haar inwoners, maar ook aan de huurders van corporatiewoningen verplicht. “Laten we de agenda’s weer gelijk schakelen.”

Die oproep deed Jantine Kriens, directievoorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, tijdens het jaarcongres van De Vernieuwde Stad, dat op vrijdag 26 juni 2015 werd gehouden in Utrecht. Het thema was deze keer: ‘Corporaties en de Stad, een hernieuwd krachtenveld’. Met de bedoeling om gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties samen op weg te laten gaan naar een nieuwe en uitdagende toekomst.

Gemeenten en corporaties zijn in het recente verleden ver van elkaar verwijderd geraakt. Nu worden zij, in eerste instantie vooral onder invloed van de herziene Woningwet, min of meer gedwongen de banden weer aan te halen. En dat is ook hard nodig, vindt Kriens. 

Immers, de samenleving is, mede onder invloed van de snelle technologische ontwikkeling, in een hoog tempo aan het veranderen. In die mate dat gemeenten, maar ook instituties als woningcorporaties, het op eigen kracht amper kunnen bijbenen. Daar komt bij dat gemeenten er steeds meer taken en verantwoordelijkheden hebben bij gekregen, zonder dat het beschikbare budget is verhoogd. “We kunnen het dus niet meer alleen.”

Dat noopt tot scherpe keuzes, aldus Kriens. “Steeds meer steden gaan op zoek naar hun eigen DNA: waar zijn we sterk in, wat moeten we wel doen en wat gaan we niet meer doen?” En het dwingt tot samenwerking, met name ook met de woningcorporaties. Zij hebben immers een dominante positie in de samenleving op lokaal niveau. “Mijn oproep is dan ook om de agenda’s gelijk te schakelen, zodat we samen op basis van de inhoud aan de slag kunnen met de problemen waar we voor staan.” 

Verbazingwekkend

Volgens Peter van Lieshout, hoogleraar Maatschappijwetenschappen Universiteit Utrecht, doen woningcorporaties er verstandig aan die uitgestoken hand te grijpen. “We zijn nog immers niet aan het eind van de decentralisaties. Het is niet moeilijk voorstelbaar dat het sociaaleconomische domein in zijn geheel vanaf 2023 het domein van de gemeenten is. Like it or not.”

Zo bezien is het verbazingwekkend hoe vrijblijvend de gesprekken over de gemeentelijke Woonvisie tussen gemeenten en corporaties worden gevoerd. Als ze al worden gevoerd. Van Lieshout: “We zijn kennelijk heel slecht in staat om met elkaar een fundamenteel debat te voeren over de vraag waar het met het wonen in de toekomst naartoe gaat.”

Dat heeft mede te maken met de wijze waarop corporaties reageren op de nieuwe verhoudingen als gevolg van de herziene Woningwet. “Ik kom nog teveel corporaties tegen die er moeite mee hebben om per regio of gemeente afspraken te maken. En er zijn zelfs nog corporaties die moeite hebben met de legitimatie ervan.”

Een kansloze houding, vindt Van Lieshout. “Accepteer gewoon dat er geen weg terug meer is. Corporaties zullen zich moeten verbinden met gemeenten, of ze nu willen of niet. Want alleen samen kunnen zij tot een goede Woonvisie komen. ”

Regionaal niveau

De Woonvisie zou ook het beste op regionaal niveau kunnen worden getrokken. Van Lieshout: “Het is een historische blunder dat aan de herziene Woningwet geen passend instrumentarium op het terrein van de volkshuisvesting is gekoppeld. Als de woningmarkt regionaal is, dan is het toch niet meer dan logisch dat je ook regionale instrumenten tot je beschikking krijgt? De kans is nu groot dat het bij een magere rituele dans op lokaal niveau blijft, en dat het gesprek tussen gemeenten en corporaties over investeringen gaat in plaats van over strategisch volkshuisvestingsbeleid.”

In het afsluitende debat bleek Jan Laurier, voorzitter van Nederlandse Woonbond, het daar van harte mee eens. “De schaal van de gesprekken zou veel meer moeten worden bepaald door de inhoud. Ik heb het gevoel dat gemeentebestuurders zich geestelijk vaak beperken tot de gemeentegrenzen. De stad is echter groter dan de gemeente.”

Volgens Cees van Boven, directeur-bestuurder van Parteon en lid van het dagelijks bestuur van De Vernieuwde Stad, is de kernvraag hoe het gesprek over die nieuwe, gedecentraliseerde civil society gevoerd moet worden. “Want de historische verbinding tussen corporaties, hun huurders en de gemeenten zijn we in de loop der tijd kwijtgeraakt. Die moeten we de komende jaren weer zien te herstellen.”

Van het congres verschijnt een publicatie eind augustus. Te downloaden vanaf 21 augustus of een exemplaar te bestellen via devernieuwdestadafwcnl 



Terug naar het overzicht

Terug naar overzicht