Bericht

'Banaan' of 'rompertje'? Feiten en cijfers over de markt voor middensegment huur

29-01-2017

Er wordt veel gesproken over de (vermeende) behoefte aan middeldure huurwoningen. Ook worden vele maatregelen benoemd om het segment te vergroten. Hoe groot is echter de behoefte? De Vernieuwde Stad liet het RIGO onderzoeken.

Iedereen heeft de mond vol van het gebrek aan middeldure huurwoningen. Velen benadrukken dat er daarom flink bijgebouwd moet worden. Anderen willen het liefst dat woningcorporaties hun duurdere bezit en masse verkopen aan beleggers. Het PBL suggereert nog meer opties. Kwantitatieve cijfers ontbreken echter. Als we de behoefte, zoals De Vernieuwde Stad die liet onderzoeken, op de kaart van Nederland leggen, heeft die de vorm van een banaan. Dat is weer een andere figuur dan het rompertje dat Friso de Zeeuw eerder introduceerde voor de visualisatie van de behoefte aan koopwoningen.

 

Definitie

Mensen die aangewezen zijn op een middeldure huurwoning zijn mensen die een combinatie ervaren van niet kunnen financieren (inkomen), niet kunnen betalen (koopprijs) en niet kunnen vinden (beschikbaarheid). Bij de beschikbaarheid wordt iets breder gekeken dan naar de gemeentegrens; er wordt een straal van 20 kilometer aangehouden. Uitgesloten zijn de mensen die al een koopwoning hebben of die wel kunnen kopen maar om een andere reden ervoor kiezen een middeldure huurwoning te willen hebben.

 

Behoefte

Als de gegevens rond inkomen, koopprijzen en beschikbaarheid van koopwoningen bij elkaar worden gevoegd, ontstaat het volgende beeld: 295.000 huurders zijn aangewezen op huren in de geliberaliseerde sector. Daarnaast zijn er 215.000 huurders die wel kunnen kopen, maar in een marktgebied wonen waar (de onderkant van) de koopmarkt sterk onder druk staat. Dat is dus de ware behoefte. De bovengrens van de middeldure huur ligt daarbij op € 900 - € 1.000.

 

Banaan

Als we de behoefte over de kaart van Nederland leggen, dan heeft die de vorm van een banaan. De behoefte loopt van de Noordelijke Randstad (Haarlem > Amsterdam > Utrecht > Amersfoort) via een boog door het westen van Gelderland naar Brabant. In de rest van het land, dus ook in Rotterdam en Den Haag, is er de behoefte geringer tot niet aanwezig, omdat de markt daar genoeg ruimte biedt. (De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat de banaan een kleine uitstulping richting Zwolle kent.)

 

Regionaal

De behoefte aan middeldure huur is dus sterk regionaal bepaald. Dat vraagt dus ook om regiospecifieke oplossingen. Grootschalige verkoop aan beleggers door corporaties is daarbij niet een interessante maatregel. Bijbouwen wel. En misschien ook de andere suggesties die het Planbureau voor de Leefomgeving doet in haar recente, lang verwachte rapport Perspectieven voor het middensegment van de woningmarkt, zoals het onderbrengen van een groter deel van de woningvoorraad door corporaties in het niet-DAEB segment of in een aparte BV.

Maar vooral zal het gesprek regionaal gevoerd moeten worden tussen gemeenten, corporaties en marktpartijen over een adequate mix van maatregelen.

 

Download Potentiële reikwijdte middensegment huur



Terug naar het overzicht

Terug naar overzicht